nieuwsbrief-en-magazine

Digitale geletterdheid met sprongen vooruit door coronatijdperk

Het thema ‘digitale geletterdheid’ voor het rondetafelgesprek was al bepaald voor aanvang van deze BIC5, maar was door de coronacrisis actueler dan ooit. Sinds de start van de crisis is iedereen druk met videobellen, online lesgeven en instructiefilmpjes opnemen. Alsof ze nooit anders hebben gedaan. Ook het rondetafelgesprek vond plaats via een Teams-sessie, waarbij we vijf BIC’ers vroegen naar digitale geletterdheid, zowel voor als tijdens ‘het coronatijdperk’.

“Digitale geletterdheid begon bij ons met de materiële voorwaarden: iedere leerkracht heeft een Surface tablet en Microsoft 365 en we vergaderen via OneNote.” Zo trapt Ronald Heupink af. Hij is Adviseur ICT onderwijs bij Aves, een stichting met 35 openbare, rooms-katholieke, protestants-christelijke en samenwerkingsscholen in het primair onderwijs in de regio Noordoostpolder, Vollenhove en Kampen.

Ook bovenschools onderwijskundig ICT’er Jarno Zwiers van stichting Bijeen Hoogeveen, vindt goede materiële voorwaarden een vereiste om digitale geletterdheid te stimuleren. Bijeen biedt op dertien scholen primair onderwijs aan zo’n 1.300 leerlingen in en om Hoogeveen. “Er komen steeds meer apparaten de school in, waardoor de kracht van het wifi-punt en een goed en sterk netwerk allesbepalend zijn. Alle collega’s hebben een goede werkplek en op iedere school staat een 3D-printer. Er is een minimum aantal van één apparaat per drie leerlingen en op een aantal scholen hebben leerlingen vanaf groep 3 een eigen apparaat. We bieden een leerlijn programmeren voor alle leeftijdsgroepen en doen ieder jaar mee aan de week van de mediawijsheid. We vinden het belangrijk om een duidelijke visie te hebben, voordat we iets implementeren in ons onderwijsaanbod. Zonder draagvlak kun je dergelijke toepassingen niet invoeren.”

De vier thema’s van digitale geletterdheid vormen het uitgangspunt bij Tabijn, een stichting in Noord-Holland voor 23 scholen. Tijdens alle bijeenkomsten met ICT-coördinatoren komen ICT-basisvaardigheden, computational thinking, informatievaardigheden en mediawijsheid aan bod. Onderwijskundig ICT-consultant Robin Smorenberg: “We hangen hier ook het strategisch beleid voor de lange termijn aan op: wat betekent digitale geletterdheid voor de vaardigheden en kennis van de leerkrachten en leerlingen?”

In het meest recente strategisch beleidsplan zijn bij stichting Lijn 83 ICT-verbeterplannen opgesteld, waarin ook aandacht is voor digitale geletterdheid. Op schoolniveau kan elk team hierover haar eigen inbreng geven. “We zitten nu nog midden in dat traject”, vertelt bovenschools ICT-coördinator Koen Wijers. “Op die manier moet er meer lijn komen in digitale geletterdheid. Nu besteden we er nog maar fractioneel aandacht aan via een lespakket programmeren of de week van Het thema ‘digitale geletterdheid’ voor het rondetafelgesprek was al bepaald voor aanvang van deze BIC5, maar was door de coronacrisis actueler dan ooit. Sinds de start van de crisis is iedereen druk met videobellen, online lesgeven en instructiefilmpjes opnemen. Alsof ze nooit anders hebben gedaan. Ook het rondetafelgesprek vond plaats via een Teams-sessie, waarbij we vijf BIC’ers vroegen naar digitale geletterdheid, zowel voor als tijdens ‘het coronatijdperk’. Digitale geletterdheid met sprongen vooruit door coronatijdperk 12 achter de schermen juni 2020 BIC5 Ronald Heupink Adviseur ICT onderwijs bij Aves de mediawijsheid.” Stichting Lijn 83 primair onderwijs telt veertien basisscholen en een school voor speciaal basisonderwijs in Noord-Limburg, ongeveer 2400 leerlingen en ruim 260 medewerkers.

Juist het uitzetten van één lijn is moeilijk bij Attendiz, een groep van scholen in het speciaal onderwijs nabij Hengelo, Almelo en Enschedes. Els Gerritsen, bovenschools stafmedewerker ICT: “We hebben binnen onze stichting te maken met zeer veel verschillende niveaus: cluster 3 en 4 gecombineerd, SO en VSO en zeer moeilijk lerenden. Daarom hebben we geïnvesteerd in een goede opleiding tot specialist digitale didactiek. Per locatie kunnen twee docenten die opleiding volgen. Zij helpen als I-coach de andere leerkrachten weer verder.”

De meeste BIC’ers zijn het daarover eens: de leerkracht is soms het grootste struikelblok voor digitale geletterdheid. Heupink: “De houding van de leerkracht moet zijn dat je digitale geletterdheid op ieder vakgebied kunt inzetten; het is vakoverstijgend. Een leerkracht uit groep 8 vroeg zijn leerlingen om de resultaten van een onderzoek op een website bij te houden, onder het motto ‘ik weet niet hoe het werkt, maar samen komen we er wel uit’. Dat vind ik een geweldige houding.” Gerritsen beaamt dit: “Vaak hebben ze een beeld van zichzelf dat ze digibeet zijn, terwijl ze al vrij veel doen. Het zou goed zijn als ze ervoor open staan om van de leerlingen te leren.”

Hoe krijg je digitale geletterdheid op de agenda?

Alhoewel iedere school veel belang lijkt te hechten aan digitale geletterdheid, is het toch een uitdaging om het op de agenda te krijgen.

Volgens Smorenberg is het helemaal lastig om dit structureel voor elkaar te krijgen: “Ik vind het niet genoeg om mediawijsheid alleen in de week van de mediawijsheid aandacht te geven; het zou structureel moeten terugkomen. Wij doen dat onder meer in de vorm van een kist met materialen die we op iedere school ter beschikking stellen. Bijvoorbeeld met micro:bits die worden ingezet om computational thinking bij te brengen en leerlingen te leren programmeren. Iemand moet wel het eigenaarschap van zo’n kist krijgen.” Hetzelfde gebeurt bij stichting Aves: “De bovenschoolse I-coach is nu bezig met een mooie grote poster voor de inspiratiekist, waarin alle lessen en materialen terugkomen. Je denkt al gauw aan een robotje en programmeren, maar het is zoveel meer dan dat.”

Gerritsen raadt wel aan om het eigenaarschap over dit soort projecten te verspreiden tussen de mensen op locatie: “Het kan voor de I-coach heel frustrerend zijn dat alles bij hem of haar terechtkomt. Je kunt het beter uitsmeren over een aantal leraren.” Ook stichting Aves koos ervoor om leraren ICT in het takenpakket te geven. Het resulteerde in het oprichten van ‘peergroepen’, bijvoorbeeld in digitale vaardigheden, mediawijsheid, ICT-leerlijnen, startende ICT’ers, borgen van ICT, touchscreen. Al deze groepjes staan onder begeleiding van een bovenschoolse I-coach.

Grote sprong in coronatijd

Medio maart moesten alle scholen plotseling omschakelen naar ‘onderwijs op afstand’ vanwege het coronavirus. Het werkte op alle scholen als katalysator voor de digitale geletterdheid. “Zowel leraren als leerlingen maakten een enorme sprong in digitale geletterdheid”, vertelt Wijers. “Sommige scholen gebruikten Google Classroom, sommige Prowise Go en ook Skype of Zoom leken opties voor het primair proces. Maar de oplossing moest wel AVG-proof zijn, waardoor bepaalde applicaties al snel geen optie meer waren. Daarom kozen veel scholen voor Teams: het gebruik van deze tool kwam in een stroomversnelling terecht. Alle medewerkers en leerlingen beschikken over een Lijn 83-account binnen Microsoft 365 . Hierdoor kon Teams snel, effectief en veilig worden ingezet. Vanaf week twee zagen we prachtige voorbeelden voorbijkomen: leraren deelden instructiefilmpjes en plaatsten weektaken op de Teams-pagina. In het begin stond de telefoon wel roodgloeiend, maar ik vind dat we het als stichting gewoon goed voor elkaar hebben. Daarbij heeft APS IT-diensten ook veel service geboden.”

Ook de andere deelnemers herkennen de toename van het gebruik van Microsoft Teams. Gerritsen: “Een basisregel die wij hanteerden was om verder te gaan met de middelen die we al hadden. We hebben nou eenmaal gekozen voor Microsoft 365 en daar doen we zoveel mogelijk mee. Wij hadden ook al cursussen in het gebruik van Teams gedaan, maar inmiddels gaat iedere leerkracht er ook echt mee aan de slag. Verder hebben we een platform ingericht waar alle materialen die werden ontwikkeld onderling zijn gedeeld.” Ook de andere BIC’ers deelden materialen op een platform. Smorenberg richtte binnen de Sharepoint-omgeving een ruimte in. “Onze leerkrachten zitten allemaal op Microsoft 365 en zijn in een sneltreinvaart met Teams gaan werken. Dat ging heel organisch. Medewerkers worden creatief en pakken door. Soms zijn zaken ad hoc gedaan en is het niet helemaal wat je uiteindelijk zou willen. Maar als we dadelijk weer in een normale situatie terechtkomen, kunnen we het altijd nog verbeteren.” Ook Heupink heeft alle lof voor de inzet en flexibiliteit van de leerkrachten: “Ze hebben eigenaarschap getoond om te leren, ieder op zijn eigen niveau. Zij gaan de uitdaging volledig aan en hebben hun digitale vaardigheden enorm verbeterd. Dat geldt ook voor de leerlingen en de ouders.”

“Toen de crisis net begon, kozen we ervoor om de leerlingen te laten werken in programma’s die ze gewend zijn. De leerlingen met een Google-account werken dus met Google Hangout/Meet”, vertelt Zwiers. “ In no time zijn leraren via Teams gaan samenwerken. In april zijn ze ook echt live gaan lesgeven. Zo’n eerste online les was voor collega’s heel spannend, maar daarna waren ze superenthousiast. De ICT’ers hielpen de collega’s die het wat spannender vonden op weg met handige tips en functies. De leerlingen, vooral de bovenbouwers, snapten het dankzij de instructiefilmpjes al heel snel.”

Over een gebrek aan informatie en ondersteuning hadden de BIC’ers overigens niets te klagen: “Iedereen laat zich van zijn meest behulpzame kant zien; ik moet juist hakken in het aanbod, ook uit de niet-educatieve markt”, aldus Smorenberg.

Wel of niet onderdeel van het curriculum?

Zou digitale geletterdheid ook onderdeel moeten zijn van het curriculum? Volgens Curriculum.nu, een initiatief van 125 leraren en achttien schoolleiders, wel. Smorenberg is het daarmee eens: “Hoe meer ingebed in het curriculum, hoe beter. Het onderstreept het maatschappelijk belang ervan.” Wijers is het in grote lijnen eens met Curriculum. nu. “We kunnen er niet omheen: we moeten kinderen klaarstomen voor de toekomst en dat vraagt nou eenmaal om digitale vaardigheden. Het lastige is of het een apart vak moet zijn of dat het geïntegreerd moet worden in andere vakken. De dag heeft maar een beperkt aantal uur en kinderen een beperkte spanningsboog. Ik merk dat zelf ook: mijn schermtijd is verdubbeld de afgelopen weken. En het kost mij ook twee keer zo veel energie om achter een scherm te werken.”

En hoe toets je of een leerling digitaal geletterd is? Smorenberg: “Dat kun je ook niet toetsen in de traditionele zin van het woord. Dat gaat eerder via de werkstukken die ze maken.” Een cijfer geven is inderdaad lastig, vindt ook Wijers, maar hij ziet wel mogelijkheden: “Bijvoorbeeld als kinderen digitaal vaardig moeten worden in Microsoft Office, kun je ze een boekverslag laten maken in Word. Dan krijgen ze een voldoende als de inhoudsopgave er goed in zit, en een extra hoog cijfer als ook de verwijzingen nog eens kloppen.”

Heupink vindt dit een onderwerp voor schoolniveau. “Maar het bestuur moet zorgen dat dit bij de scholen onder de aandacht blijft. Eigenaarschap ligt bij de leerkracht en de school, passend bij de eigen onderwijsvisie. Wij moeten ervoor zorgen dat digitale geletterdheid onder de aandacht komt en blijft. De situatie waarin we nu zitten, laat maar weer het belang daarvan zien. De komende jaren zal het alleen maar meer gemeengoed worden. Onze collega’s moeten daarom nog vaardiger worden: het eigenaarschap moet bij de leerkracht liggen, passend bij de visie van de school.”

Alhoewel digitale vaardigheden volgens de meesten geïntegreerd moeten zijn in de andere vakken, valt er ook wat voor te zeggen om er een doel op zich van te maken. Smorenberg: “Bijvoorbeeld als het gaat om informatievaardigheden: waar de leerkracht zichzelf vaak onderschat, geldt voor de leerlingen vaak het tegenovergestelde, die kan zich op dit vlak nog wel wat verbeteren.” Ook Zwiers vindt dat digitale geletterdheid zowel onderdeel van het onderwijs als vakoverstijgend moet zijn.

Tips en valkuilen

Tot slot, hebben de vijf experts nog tips? Heupink raadt aan: “Probeer het vooral goed te organiseren naar de scholen toe. Breng mensen met elkaar in contact en deel je visie. Er zijn grote verschillen tussen scholen onderling: ga vooral met de directeur en de ICT-coördinator op school in gesprek. Dan krijg je draagvlak. Welke ambitie heb je? Wat is er nodig om die ambitie te realiseren? De school moet het dan faciliteren.” Ook Smorenberg en Gerritsen onderschrijven dit. Smorenberg: “Juist de momenten waarop leerkrachten bij elkaar zitten, zijn belangrijk om de discussie op de agenda te krijgen. Uiteindelijk staat of valt het met het enthousiasme van de leerkrachten, de directie en de I-coaches.”

Gerritsen overweegt ook om de I-coaches schooloverstijgend in te zetten: daarmee ondervang je het probleem dat kleine scholen minder capaciteit hebben. Heupink benadrukt juist het belang van een ‘dedicated persoon’ op iedere school: “Er moet iemand op de werkvloer zijn bij wie de leerkrachten terecht kunnen, anders creëer je afstand.”

De belangrijkste tip van Wijers is om vooral de leerlingen in hun kracht te zetten: “Ze weten vaak meer dan je denkt. Vooral de leerlingen uit de bovenbouw. Zorg dat ze in een veilige omgeving aan de slag gaan en geef hen een leidende rol: laat ze samenwerken en presenteren. Zo deed ik dat ook toen ik zelf nog lesgaf aan groep 7 en 8: ik gaf ze een rol bij informatiebijeenkomsten en liet ze daar zelf vertellen. Laat ze zelf ook een quiz maken in Kahoot, een Myspace-pagina opzetten of een website bouwen.”

Zwiers signaleert ook valkuilen. “De grootste valkuil is dat je te snel iets wilt. Over digitale geletterdheid wordt veel geschreven. Het gevaar is dat je heel enthousiast bent en vergeet om de gebruikers hierin mee te nemen. Het is belangrijk om eerst draagvlak te hebben: je collega’s moeten er tenslotte mee gaan werken! Zorg dat je het waarom duidelijk in beeld brengt en signaleer waar de eventuele weerstand zit en speel daarop in. Dat het onderdeel is van het onderwijs staat vast, maar op welke manier geef je het de beste plek?”

Vragen of meer informatie?

Onze Servicedesk staat voor je klaar. We zijn elke werkdag bereikbaar tussen 8:30 en 17:00 uur.

030 2856 870 info@apsitdiensten.nl