nieuwsbrief-en-magazine

Taal, lezen, rekenen en digitale geletterdheid

Het is dertien jaar geleden dat de landelijk vastgelegde onderwijsdoelen zijn herzien. In die dertien jaar is er veel veranderd binnen het onderwijs en in de maatschappij. Digitalisering voert de bovenhand op de arbeidsmarkt en de vaardigheden die dit van toekomstige werknemers vereist, moeten kinderen eigenlijk nu al op school leren. Hoog tijd dus om de onderwijsdoelen voor zowel het primair als voortgezet onderwijs eens onder de loep te nemen.

Curriculum.nu bestaat uit 125 leraren en achttien schoolleiders die het gezamenlijke doel hebben de landelijk vastgelegde onderwijsinhoud onder handen te nemen. Negen ontwikkelteams hebben de benodigde kennis en vaardigheden voor leerlingen in kaart gebracht om de bouwstenen voor het nieuwe curriculum te ontwikkelen. De negen verschillende teams beslaan de huidige leergebieden, aangevuld met de nieuwe vakken ‘burgerschap’ en ‘digitale geletterdheid’. Gijsbreght van Doorn zit in het ontwikkelteam digitale geletterdheid voor Curriculum.nu. Met zijn achtergrond als leerkracht, IB’er en IT’er heeft hij de nodige ideeën over de vormgeving van dit vakgebied. “Volgens de huidige kerndoelen hoeven leerlingen bijna niets te leren op ICT-gebied. Dat vind ik een kwalijke zaak. Zeker omdat je de kloof ziet groeien tussen mensen die wél en die niet digitaal vaardig zijn.”

Vrijheid binnen de kaders

De landelijke kerndoelen en eindtermen leggen wettelijk vast wat de doelen en inhoud van het onderwijs moeten zijn per vak, vakkencluster of leergebied. In de afgelopen jaren is er wel het een en ander herzien, maar nooit integraal. Dat moet deze keer anders. Het is de bedoeling dat de nieuwe doelen onderling zijn afgestemd tussen de verschillende vakgebieden en onderwijssectoren. “Ik weet niet of men zich van tevoren heeft beseft hoe groot en ingewikkeld deze opgave is”, stelt Van Doorn. “Daarom is de opdracht iets beperkter geformuleerd en moeten we alleen nadenken over wát leerlingen moeten leren. Elke school heeft vervolgens de vrijheid om zelf invulling te geven aan deze doelen. Dat betekent dat wij kaders moeten vastleggen waarmee elke school aan de slag kan.”

Verzamelen, schrappen, rangschikken

Hoe begin je aan zo’n gigantische uitdaging? “In het eerste driedaagse traject heeft het digitale geletterdheidteam elkaar én het vakgebied beter leren kennen. We hebben eerst alles over de term ‘digitaal’ uit het nieuws verzameld. Vervolgens hebben wij gekeken naar landen die digitale geletterdheid al wél in het curriculum hebben en hoe het daar werkt. Ook hebben enkele partijen als Stichting Mediawijzer, Vakvereniging informatie & digitale geletterdheid (Vakvereniging i&i, red.) en Kennisnet aanbevelingen geschreven. In combinatie met de kennis en kunde van de leden van het team en hun praktijkervaring hadden we al tachtig procent van de inhoud compleet.” Daarna begon het schrappen, ordenen en rangschikken. Na het verwerken van de input van verschillende stakeholders en veel feedback-rondes later stond er uiteindelijk een vernieuwd curriculum op papier.

Gezamenlijk

Waar het huidige curriculum wordt bestempeld als ‘lappendeken’, moet het nieuwe curriculum zich meer richten op gezamenlijke doelen. “We hebben ons eerst allemaal op ons eigen vakgebied gefocust. Vervolgens hebben we naar dwarsverbanden gezocht. Zo hebben we binnen digitale geletterdheid de bouwsteen ‘duurzaamheid’ ontwikkeld, maar vergelijkbare inhoud is ook binnen het vakgebied Mens & Maatschappij te vinden. Daarom hebben we hier één bouwsteen van gemaakt.” Vakoverstijgend werken maakt tijd vrij binnen het curriculum, zodat elk vakgebied de aandacht krijgt die het verdient. “Voor de meeste vakgebieden geldt dat de school alleen een beetje met methodes moet gaan schuiven. Digitale geletterdheid past gelukkig goed binnen andere vakken. Wel zal er meer nascholing moeten komen voor leerkrachten om de basisvaardigheden te leren, waarbij experts of gespecialiseerde leerkrachten ingezet kunnen worden voor een verdiepende slag.”

Kwalificatie versus persoonlijke en sociale vorming

Om digitale geletterdheid een vaste plek in het curriculum te geven, zijn er stevige voorstellen gemaakt. Deze zijn niet gericht op de huidige mogelijkheden van scholen en leerkrachten, maar op de toekomst: wat moeten leerlingen over tien à twintig jaar kunnen? “Ik werk nu vijfentwintig jaar in het onderwijs. Gedurende mijn carrière zag ik dat het onderwijs steeds meer om de hoofdvakken als taal, lezen en rekenen ging draaien, en Cito-scores. Maar naast kwalificatie zijn er volgens de wet twee andere doelen waarmee we rekening moeten houden: persoonlijke en sociale vorming. Daar willen we binnen het nieuwe curriculum meer aandacht aan besteden. Zo gaat digitale geletterdheid vaak over persoonlijke vorming en sociale participatie in de maatschappij in plaats van om kwalificatie.”

Programmeren en mediawijsheid

In het uiteindelijke voorstel over digitale geletterdheid in het onderwijs is volgens Van Doorn een mooie balans gevonden tussen enerzijds programmeren en anderzijds mediawijsheid. “Programmeren is een heet hangijzer in het onderwijs. Wij zijn van mening dat je op de basisschool al kunt beginnen met visueel programmeren om in het voortgezet onderwijs hierop voort te borduren met tekstueel programmeren. Zo komt er een vloeiende leerlijn tussen PO en VO. Niet elke leerling hoeft meteen programmeur te worden, maar het is wel van belang dat iedereen de basis kent en daardoor later goed kan samenwerken in het werkveld.”

Mediawijsheid is de andere zijde van de digitale geletterdheid-medaille Daarbij gaat het voor een groot deel om bewustwording. “Veel jonge meiden op social media snappen niet dat een aanzienlijk deel van de foto’s die zij zien, ‘geshopt’ zijn. Kinderen weten niet dat een algoritme bepaalt welke video’s je te zien krijgt op YouTube. Zij moeten zich bewust worden van de filterbubbel waarin zij leven.” Maar het is niet alleen oppassen geblazen. Het nieuwe curriculum benadrukt juist ook de kansen en het plezier die digitale toepassingen kunnen opleveren. “Als je weet hoe je IT moet inzetten en gebruiken, is het in de basis een positief fenomeen.”

Uur van de waarheid

Critici vinden de voorstellen van Curriculum.nu te vaag en multi-interpretabel, te gericht op vaardigheden en te weinig op kennis. De wetenschappelijke basis zou dun zijn en kwesties als het lerarentekort verdienen nu voorrang. Deze kritische toon was ook aanwezig tijdens de bespreking van de voorstellen van Curriculum.nu in de Tweede Kamer in maart. De meeste partijen zijn het erover eens dat er een herziening van het lespakket moet komen, maar de Tweede Kamer is verdeeld over hoe dit moet gebeuren. Van Doorn laat zich door deze uitspraak niet uit het veld slaan: “Maart was een spannende maand voor de betrokkenen bij Curriculum.nu. Wat de vervolgstappen voor het plan zijn, is echter nog steeds onduidelijk. Als de Eerste en Tweede Kamer besluiten niet verder te gaan met het curriculum, zullen we sowieso proberen het voorstel voor digitale geletterdheid apart door te zetten. Het onderwijs moet daar namelijk zo snel mogelijk mee aan de slag.”

Tijdens het Algemeen Overleg op 5 maart konden Minister Slob en de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het nog niet eens worden over de vervolgstappen voor Curriculum.nl. Daarom is besloten dat de minister eerst een brief zal sturen naar de Tweede Kamer over het vervolgproces. Daarna zal het Tweede Kamerdebat een vervolg krijgen in het zogeheten vervolgoverleg (VAO), waarbij betrokken partijen moties indienen waarover de week erna wordt gestemd. Vervolgens moet ook de Eerste Kamer nog akkoord gaan met de voorstellen.

21e eeuwse vaardigheden

Ga op creatieve wijze aan de slag met de 21e eeuwse vaardigheden bij jou in de klas.

Bekijk alles

Vragen of meer informatie?

Onze Servicedesk staat voor je klaar. We zijn elke werkdag bereikbaar tussen 8:30 en 17:00 uur.

030 2856 870 info@apsitdiensten.nl