alle artikelen

Digitale geletterdheid en mediawijsheid in het speciaal onderwijs

Hoewel digitale geletterdheid nog altijd geen deel uitmaakt van het curriculum, besteden scholen steeds meer aandacht aan dit onderwerp. Ook in het speciaal onderwijs is digitale geletterdheid een punt van aandacht. Volgens Lenny van den Oetelaar, stafmedewerker ICT bij Onderwijsstichting Kempenkind moet je deze leerlingen gericht digitale vaardigheden bijbrengen en ze wijzen op de gevaren van internet zonder ze bang te maken.

Eén dag in de week geeft ze les aan de kinderen van de Groote Aard in Eersel. Een school voor speciaal basisonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (VSO). “Op de Groote Aard zitten leerlingen in de leeftijd van vier tot achttien jaar”, vertelt Lenny. “Ik heb de kinderen in de bovenbouw onder mijn hoede, en mijn collega Marieke de Koning neemt de onderbouw voor haar rekening. Vorig jaar hebben we op basis van een bestaande leerlijn voor digitale geletterdheid en mediawijsheid een onderwijsprogramma samengesteld om ons onderwijs nog beter toe te spitsen op onze leerlingen.”

Mag ik je wachtwoord weten?

Het leren omgaan met media is voor leerlingen in het speciaal onderwijs niet wezenlijk anders dan voor andere kinderen, stelt Lenny. “Het verschil zit ‘m meer in het tempo en de manier waarop je de onderwerpen met de leerlingen bespreekt. We bieden de stof in kleine stapjes aan. Zo besteden we aandacht aan het gebruik van wachtwoorden of het invullen van persoonlijke gegevens. Dan vraag ik ze bijvoorbeeld naar hun wachtwoord. Als ze die dan prijsgeven, draai ik het om: nu ik jouw wachtwoord heb, heb ik toegang tot allerlei informatie over jou. Weet je zeker dat dat de bedoeling is? En zou je het vervelend vinden als ik jouw wachtwoord aan iedereen in de klas vertel? Op die manier probeer ik kinderen bewust te maken van het belang van privacy.”

Bij twijfel: vraag hulp!

“In onze lessen maken we veel gebruik van beelden en oefenvormen”, vervolgt Lenny. “Dan laat ik bijvoorbeeld een foto zien van iemand die ze niet kennen die vraagt om hun adres. ‘Wil je je adres met deze persoon delen?’, vraag ik dan. Als het antwoord ‘ja’ is, moeten ze naar de linkerkant van de klas lopen en voor ‘nee’ naar de rechterkant. Met deze oefening kan ik goed hun reactie peilen. Als ze dan resoluut naar rechts lopen hebben ze het begrepen, maar als ik ze zie nadenken vraag ik waarom ze twijfelen. Dan benadruk ik dat het goed is om te twijfelen, en dat je in zo’n geval best iemand om hulp mag vragen.”

Specifieke vaardigheden aanleren

Lenny en haar collega Marieke hebben een paar onderwerpen toegevoegd aan de leerlijn. “Op school werken wij, zeker in tijden van corona, veel met Teams”, gaat ze verder. “Daar is niets over opgenomen in de leerlijn. Toch vinden wij het belangrijk dat kinderen vertrouwd raken met dit soort programma’s, omdat ze hier in de toekomst ongetwijfeld mee te maken krijgen. Verder hebben we in onze klassen grofweg te maken met twee typen leerlingen. De leerlingen die later terechtkomen in de dagbesteding en leerlingen die de arbeidsmarkt op gaan. Beide groepen hebben behoefte aan andersoortige vaardigheden. De eerste groep leerlingen heeft vaak erg veel moeite met taal en daarom leren we hun werken met spraakcomputers. Daar hebben ze enorm veel baat bij. Voor de ander groep besteden we aandacht aan hoe je een online cv maakt of hoe je een nette mail of sollicitatiebrief schrijft. Op die manier bieden we kinderen precies die vaardigheden aan die ze later goed kunnen gebruiken.”

Herhalen, herhalen, herhalen

Verder is het belangrijk dat de onderwerpen die door Lenny en Marieke in de les zijn behandeld regelmatig terugkeren. “Herhalen, herhalen, herhalen”, zegt Lenny. “En niet alleen in de lessen digitale vaardigheden, ook in andere lessen is het goed om af en toe stil te staan bij media, digitalisering en privacy. Ook ouders, verzorgers en woongroepen spelen een grote rol. Zorg dat je thuis eerst het gesprek met kinderen aangaat, en daarbij vooral niet te snel oordeelt. Informeer bijvoorbeeld regelmatig of ze nog iets leuks hebben gezien op Snapchat of Instagram. Toon interesse in hun belevingswereld. Want net als alle andere kinderen, zijn ook deze kinderen gek van sociale media. En net als andere kinderen willen ook zij leuk gevonden worden. Als er dan online iets vervelends gebeurt of ze hebben vragen, dan zullen ze ook eerder naar je toekomen. En dat is heel belangrijk, omdat je dan in gesprek blijft met je kind.”