alle artikelen

ICT in het speciaal onderwijs loopt met reden voorop

ICT kan een gigantische hulp zijn voor kinderen met een fysieke of verstandelijke beperking. De Kleine Prins, een stichting voor speciaal onderwijs, loopt dan ook voor op het gebied van ICT vergeleken met het regulier onderwijs. Zo gebruiken de scholen van de stichting bijvoorbeeld eye trackers en verschillende soorten software om leren makkelijker te maken. Door de jaren heen heeft Ruben Bloemen, hoofd ICT bij De Kleine Prins, dan ook veel expertise opgebouwd op dit vlak.

De Kleine Prins verzorgt speciaal onderwijs voor leerlingen met (ernstig) motorische beperkingen, motorische en cognitieve beperkingen, ernstig meervoudige beperkingen of een ziekte. Er zijn vijf scholen aangesloten bij Stichting De Kleine Prins, waarvan er drie primair (specialistisch) onderwijs aanbieden en twee voortgezet (specialistisch) onderwijs. Ruim driehonderd personeelsleden geven onderwijs aan een kleine zeshonderd leerlingen. Ook heeft de stichting een expertisecentrum dat onderwijsprofessionals ondersteunt. De diensten zijn gericht op het zodanig toerusten van de onderwijsprofessionals dat zij in staat zijn om goed passend onderwijs te bieden aan leerlingen met een beperking, ziekte of een extra ondersteuningsbehoefte. De scholieren van De Kleine Prins hebben niet alleen begeleiding nodig op het gebied van leren, maar ook op het gebied van medische en geestelijke verzorging.

In 2009 besloten de scholen alles wat met ICT te maken heeft centraal, op stichtingsniveau, te regelen. De stichting heeft een eigen servicedesk en functioneel beheerder. Ruben Bloemen begon hier ooit als leerkracht, werd vervolgens ICT-coördinator en is nu dus hoofd ICT.

Van communicatiekaarten naar tablets

Bloemen: “Door middel van ICT kunnen onze leerlingen dingen die zij normaal gesproken niet zouden kunnen. Stel je voor dat je fysiek niet kunt schrijven of goed kunt communiceren. In dat geval is het geweldig dat er de mogelijkheid is om gebruik te maken van een tablet waarop je met touch screen op plaatjes kan drukken die vervolgens worden uitgesproken. Op die manier kun je toch kenbaar maken wat je bedoelt. Vroeger werkten kinderen met een boek vol met communicatiekaarten. Zij moesten dus door dat hele boek heen bladeren voor zij duidelijk konden maken wat zij wilden.”

Al geruime tijd is inclusie (ofwel de integratie van mensen met een handicap binnen de samenleving) een belangrijk begrip in het Nederlandse onderwijssysteem. Het motto van de scholen die voorheen mytylscholen werden genoemd, is: ‘gewoon waar mogelijk, speciaal waar nodig’. Kinderen in het speciaal onderwijs hebben vaak specifieke aanpassingen nodig om net zo te kunnen leren als leerlingen zonder beperkingen. De Kleine Prins heeft daarom een breed palet aan specifieke hardware- en software aanpassingen in gebruik voor de leerlingen, zoals grote toetsenborden, keuzebuttons en joysticks.

Ook wordt software ingezet voor een betere leerervaring, zoals spraakherkenning en eye tracking voor besturing. Met oogbesturing is het mogelijk de cursor te besturen en kliks met de muis uit te voeren. De gebruiker hoeft maar naar het scherm te kijken om iets leuks te laten gebeuren, en leert op die manier spelenderwijs. Zo kunnen leerlingen met ernstige meervoudige beperkingen zich verder ontwikkelen. Daarnaast maken de leerlingen van De Kleine Prins gebruik van Tiny Tap, waarmee zij spelenderwijs kunnen oefenen met rekenen, talen, muziek en kunst bijvoorbeeld. Plaatjes en beloningen voor eenvoudige oefeningen maken het leuk voor kinderen met een lager IQ. Met de spelletjes oefenen leerlingen bijvoorbeeld het herkennen van kleuren en vormen en het aangeven van primaire behoeften.

Les op maat

De invoering van ICT-toepassingen, hardware dan wel software, is lastig op een school als De Kleine Prins, omdat niet alle leerlingen dezelfde beperkingen hebben. Sommigen functioneren verstandelijk op hoog niveau en zullen apps zoals Tiny Tap dus niet interessant vinden. Kinderen die fysiek uitgedaagd zijn, hebben dan weer meer aan de medische zorg, revalidatie, fysioen aquatherapie die de school biedt. En aan ICT-toepassingen die hen helpen met fysieke uitvoeringen die zijzelf niet kunnen. Zo had één van Bloemens leerlingen een progressieve spierziekte. “Hij kreeg een soort klikkertje onder zijn vinger waarmee hij door een menu ging en letters kon aanklikken. Op die manier schreef hij niet alleen hele zinnen, maar deed hij zelfs zijn eindexamen! Moet je eens voorstellen hoe frustrerend het is om elke letter apart uit te kiezen uit een menu. En dat terwijl je heftige beademingsondersteuning hebt. Deze jongen heeft zijn diploma gehaald en is zelfs doorgegaan naar de havo. Dit was in 1992 en in die tijd had je nog geen goed werkende spraakherkenning, iets waar hij veel aan had gehad”, aldus Bloemen.

Voor de toekomst hoopt Bloemen dat ontwikkelingen als domotica en kunstmatige intelligentie snel toegankelijk worden voor zijn leerlingen. “Ik wacht op de tijd dat de onafhankelijkheid van onze leerlingen nog verder vergroot wordt door ontwikkelingen als zelfsturende rolstoelen. Wat zou dat een hoop schelen!”