alle artikelen

Kermis- en circuskinderen verzekerd van goede privacy bij de Rijdende School

De Rijdende School is een stichting die onderwijs geeft aan zo’n 220 kinderen uit de kermis- en circuswereld. Van november tot Pasen, zitten de meeste leerlingen gewoon op de ‘winterschool’, de school in hun woonplaats. Rond Pasen begint het kermissen circusseizoen en krijgen ze onderwijs van de Rijdende School. “Waar reguliere basisscholen het afgelopen jaar voor het eerst te maken kregen met afstandsonderwijs, is dat voor ons al vijftien jaar heel gewoon”, zegt Niels van Woerkum, Beleidsmedewerker ICT bij Stichting Rijdende School.

Vanaf Pasen reizen de leerlingen van de Rijdende School – als er geen coronacrisis is – naar verschillende kermis- en circuslocaties in het land. Daar krijgen ze onderwijs, zowel op locatie als digitaal via afstandsonderwijs. De leerkrachten reizen naar de betreffende kermis of het circus om de leerlingen les te geven. De planning is een wekelijks terugkerende puzzel. Op de kleine leslocaties met weinig leerlingen geven we ze hybride onderwijs: een combinatie van les op locatie in een rijdende school en afstandsonderwijs. Bij de Rijdende School werken zo’n dertig leerkrachten en tien onderwijsondersteunende medewerkers (waaronder chauffeurs, technische dienst, administratief en financieel personeel en de directeur bestuurder). De samenstelling van de groepen is zeer divers: leerlingen van groep 1 t/m 8 zitten samen in de klas. De leerkrachten zijn verdeeld over een aantal regio’s en reizen vanuit hun woonplaats naar de lesplaats/leslocatie binnen hun regio. Niels is als enige verantwoordelijk voor de ICT binnen deze organisatie: “Op dit moment zijn er vanwege COVID-19 geen evenementen en reizen de leerkrachten niet, maar richten ze zich op hun ‘wintertaken’, zoals het in orde maken van kratten die kinderen meenemen en het aanpassen en digitaliseren van lesmethodes.”

Contactonderwijs gaat voor

Tot die wintertaken behoort ook het begeleiden van leerlingen met extra leerbehoeften. “Het kind komt altijd op de eerste plaats. Ook als er leerlingen naar Berlijn of Praag gaan, proberen we te zorgen dat daar een leerkracht naartoe reist. Of we kiezen voor afstandsonderwijs, voor ons al vijftien jaar een hele gewone zaak. Vaak is het een combinatie van beide. Een week afstandsonderwijs, een week fysiek onderwijs. Of we huren ter plaatse een leerkracht in die een paar dagen per week onderwijs ter plaatse biedt en vullen dit aan met afstandsonderwijs.” Naast zijn functie als beleidsmedewerker ICT is Niels ook privacy officer. Een externe Functionaris Gegevensbescherming (FG) houdt hem op de hoogte van de richtlijnen. “Zij begeleidt ons bij de implementatie van de AVG, waaronder het beleidsplan en het register en zij houdt regelmatig bewustwordingssessies met het team. Uiteraard begeleidt zij ons ook bij de consequenties bij een eventueel datalek. Alhoewel we allemaal met privacy te maken hebben, is het voor velen toch een ver-van-mijn-bed-show. Daardoor denken we ook na over wat we aan ouders vragen. Is het bijvoorbeeld wel relevant om te vragen wat voor kermisattractie de ouders hebben? Vroeger registreerden we dat, maar we doen er niets mee. Daarom vragen we dat niet meer.”

Concurrentiegevoelige informatie

Wat wel belangrijk is voor de school, is de route van de ouders. “Wij moeten weten waar de gezinnen naartoe gaan, zodat we combinaties kunnen maken. In het verleden wisten we goed welke kermissen een exploitant bezocht, maar mede door de pandemie zijn veel kermissen gecanceld of verplaatst. Voor het vastleggen van die informatie hebben we zelf online systemen ontwikkeld, aangezien deze nog niet bestonden. De informatie die wij nodig hebben van ouders is uiterst privacygevoelig: zo mogen ouders bijvoorbeeld niet van elkaar weten op welke kermissen ze staan, omdat dat concurrentiegevoelige informatie is. Het moet dus niet gebeuren dat kinderen in ons systeem meekijken en zeggen: ‘O, jullie gaan naar Rotterdam? Wij ook!’ Dan heb je namelijk al een datalek! Als organisatie hebben we bewezen dat we daar discreet mee omgaan.”

Over de leerresultaten wisselt de Rijdende School aan het begin en einde van het seizoen gegevens uit met de winterschool. Bovendien houden de leerkrachten contact met de ouders. “Het uitgangspunt is altijd: wat is de grondslag om iets te vragen of registreren? Is het echt nodig? Het enige wat wij met de winterschool delen, is relevante onderwijskundige en didactische informatie.” Toch ligt het risico op te veel informatie geven altijd op de loer.

De Rijdende School doet veel om de privacy van de leerlingen te beschermen. “Alle routetechnische, didactische en onderwijskundige gegevens staan in een beveiligd systeem dat we zelf ontwikkeld hebben en waar alleen leerkrachten en medewerkers in kunnen. De rechtentoegang is geregeld: een leerkracht kan meer zien dan een administratief medewerker.” Bij het af standsonderwijs hoort ook altijd een instructie aan de ouders. “We geven bij de ouders aan: wees je bewust dat de camera en microfoon aanstaan. De leerkracht geeft het ook aan bij de leerling, bijvoorbeeld als hij of zij een ouder ruzie hoort maken.”

Vijftien jaar ervaring met afstandsonderwijs

Waar het reguliere basisonderwijs nu een jaar gewend is aan afstandsonderwijs, biedt de Rijdende School dit al vijftien jaar. “De eerste vijf jaar nog via GPRS over de mobiele telefoon. Via infrarood stuurden we ‘huiswerkpakketjes’ op. Tussen vijf en tien jaar terug ging dat via 3G, dat gaf al meer mogelijkheden om continu online te zijn. Vanaf de komst van 4G hebben we daar op ingezet. Als het moet, kunnen leerlingen 24 uur per dag online zijn. Ieder kind logt in op de eigen omgeving en ziet zijn dagprogramma of schoolwerk klaarstaan. Een route- en administratiesysteem, het Digidag-programma en een aantal communicatieprogramma’s zijn allemaal samengevoegd in het pakket Navileren. Als wij inloggen zien we daarin de informatie van de ouders, onderwijskundige gegevens en de route. De leerlingen die inloggen zien er hun dagprogramma. Ook de logboeken staan erin. In de logboeken staan belangrijke zaken over hoe de leerling werkt en aanwijzingen voor de overdracht. Vorderingen worden uitgelezen uit het LVS, scores op methodegebonden toetsen worden weergegeven. Bovendien kunnen de leerkrachten gemaakte lessen en de beoordelingen daarvan door de leerkracht én het kind zelf inzien in Navileren. Ons advies aan leerkrachten is daarbij: kijk uit hoe je dingen formuleert, wees kort, zakelijk en bondig.”

Daarnaast gebruikt Niels ook Dualmon om computers te kunnen overnemen. “Ik kan dat als enige voor de leerkrachten en zij kunnen dat bij de leerlingen, ook om ze op afstand te kunnen helpen met de lessen. Vooraf vragen we uiteraard altijd toestemming of we de computer mogen overnemen.”