alle artikelen

Lesgeven: met de computer of op papier?

Door de corona-uitbraak moesten veel scholen abrupt een enorme digitaliseringsslag maken. Volgens veel ICT’ers op school was het hoog tijd voor deze gedwongen stap. Maar er klonken ook tegengeluiden uit onderwijsland die beweerden dat technologie niet altijd de optimale oplossing is. Daarom laten wij in dit tienminutengesprek twee partijen uit de verschillende kampen aan het woord over de stelling ‘Lesgeven: met de computer of op papier?’

Fatih Ozbasi, directeur, Basisschool Cosmicus, Den Haag Computer

“Toen Apple in 2007 de iPhone uitbracht, dacht iedereen dat het een hype was. Nokia bleef vasthouden aan zijn oude beleid, terwijl ondertussen ook andere leveranciers meebewogen met de nieuwe ontwikkelingen. Dat heeft Nokia uiteindelijk de kop gekost. Hetzelfde geldt voor scholen die niet mee willen gaan in de digitalisering: op de lange termijn breekt dit je op. Je moet met je tijd mee, ruimdenkend zijn, weten wat er speelt en anticiperen op wat er gaat komen. Met af en toe een lesje mediawijsheid kom je er niet. Je moet techniek integreren in de lessen, zodat er een doorlopende leerlijn ontstaat.

Leerlingen groeien tegenwoordig op met ICT. Dat ze vervolgens ook op school met een tablet moeten werken, vinden ze niet meer dan normaal. Digitaal werken levert daarbij de nodige voordelen op: zo krijgen leerlingen direct feedback en de mogelijkheid om te herkansen. Ook kunnen leerkrachten direct ingrijpen en extra uitleg geven wanneer zij zien dat een leerling de leerstof niet voldoende beheerst. Met deze digitale werkwijze stomen we onze leerlingen klaar voor het leven na de schoolbanken. Het gaat er niet eens specifiek om dat je kunt coderen of programmeren, maar dat je computational thinking aanleert. Oftewel, leren denken als een robot: simpel, stapsgewijs en oplossingsgericht.

Daarom beginnen leerlingen in groep één al op de iPad met het programma Osmo, om te leren rekenen, spellen en programmeren. Ook zetten we in dit leerjaar al Bee-bots en Ozobots in om de leerlingen spelenderwijs kennis te laten maken met programmeren. Vanaf groep drie hebben we echt een doorlopende leerlijn in programmeren en coderen. In groep vier komt daar het werken met Lego WeDo bij en vanaf groep zes werken de leerlingen met de Micro:bit.

We moeten wel waken dat de schermtijd van leerlingen binnen de perken blijft, maar verder zie ik weinig nadelen met betrekking tot het inzetten van ICT. Dat is, mits je het op de juiste manier inzet: niet ter vervanging, maar ter ondersteuning van de huidige lesmaterialen. Zo zetten wij het programma Snappet, waar de leerlingen vanaf groep vier mee werken, heel bewust niet in bij elke les, maar alleen bij rekenen en spelling. Bij deze twee vakken valt via dit programma namelijk veel winst te behalen. Op deze manier ondersteunt ICT de leerdoelen. De motorische vaardigheden die je door schrijven aanleert, vinden wij erg belangrijk. Pen en papier zullen we dus nooit helemaal afschaffen, zelfs niet als dat straks op de arbeidsmarkt ook niet meer nodig is.”

Joeri Franken, directeur, Vrije school Vuurvogel, Zoetermeer Papier

“De vorige school waar ik lesgaf was het St. Paschalis, een digitaal geletterde school waar Snappet en digiborden aan de orde van de dag zijn. Hier op de Vuurvogel sta ik aan de andere kant van het spectrum en bieden we antroposofisch onderwijs, waarbij we geloven in de brede ontwikkeling van onze leerlingen. Hoofd, hart en handen; we willen dat onze leerlingen zich op al deze gebieden ontwikkelen.

We willen hen ‘open’ houden door hun creativiteit en energie te stimuleren. Technologie kan namelijk het tegenovergestelde doen en juist ‘zuigend’ werken. Kinderen verliezen zichzelf in het kijken van YouTube-filmpjes, het maken van TikTok-video’s en het spelen van games. Zo verstrijken er uren zonder dat ze mentaal geprikkeld worden of zich verder ontwikkelen. Veel kinderen zijn hierdoor het spelen verleerd en raken op den duur hun creativiteit kwijt.

Wij willen die twee dingen juist stimuleren, bijvoorbeeld door bewegend rekenen te geven. De leerlingen leren dan de tafels aan door te dansen, klappen en springen. We werken dus niet alleen op papier, maar proberen om alle zintuigen te stimuleren. Daarom gebruiken we ook geen instructievideo’s. Het doet zoveel meer voor de geest van leerlingen als een leerkracht hen uit de eerste hand vertelt hoe een bepaald onderwerp in elkaar steekt. De leerkracht heeft een band met de leerlingen, waardoor ze actief luisteren. Ze moeten vragen beantwoorden, meedenken over het onderwerp en zelf een beeld vormen bij de stof. Ook hebben we wel eens gastdocenten. Zo hebben we een les over bijen, waarin een imker komt vertellen over dit uitzonderlijke beestje, de honing en de raat. Alles wat ze leren, schrijven en tekenen de leerlingen op in een periodeschrift.

Nu wil ik wel vooropstellen dat technologie op zich niet goed of slecht is. Het gaat erom wat de mens ermee doet. Te vaak wordt ICT in het onderwijs ingezet als tijdverdrijf, zonder doel of bewuste overweging. Maar als je ICT adaptief in kunt zetten, kan het een groot goed zijn. We willen technologie dan ook niet volledig buiten de deur houden, maar we moeten ervoor waken dat we het inzetten als middel zónder dat het afdoet aan de creativiteit van leerlingen. Wij begeleiden hen vanaf groep zes daarin; hoe zij de baas kunnen blijven over ICT en het dienstbaar kunnen maken. Maar een digibord zal voor ons bijvoorbeeld nooit een vervanger van het krijtbord zijn waarop gedurende de hele periode bordtekeningen staan die aansluiten op de lesstof.”