alle artikelen

Praktijkschool Westfriesland: de eerste klant van APS IT-diensten aan het woord

Praktijkschool Westfriesland was 25 jaar geleden de eerste klant van APS ITdiensten. Het is alleen al om die reden een speciale school. Maar het is tevens een van de 450 scholen in het speciaal onderwijsportfolio van APS IT-diensten. Voor die scholen gelden andere normen, ook op het gebied van ICT. Hoe gek het misschien ook lijkt, zelfs ICT-medewerker Ed Baas is ervan overtuigd dat zijn leerlingen lang niet altijd gebaat zijn bij meer digitale middelen.

Bij binnenkomst is het er doodstil. De aula van praktijkschool Westfriesland oogt zelfs alsof het vakantie is. Nergens zijn tassen of boeken te zien en de stoelen staan omgekeerd op de tafels. Een kijkje in de lokalen leert echter dat er levendig gewerkt wordt aan allerlei vakken, of het nou gym of kookles is. Ed Baas, ICT-medewerker van de locatie in Hoorn, ziet de leerlingen zo graag aan het werk.

“Onze locatiemanager vraagt wel eens aan me: ‘Wat is de toekomst op het gebied van ICT op school? Ik zeg dan eerlijk: “Ik weet het niet altijd. Daarnaast zijn we een praktijkschool en moeten we er eerlijk over zijn dat je hier te maken hebt met kinderen met een lager IQ dan gemiddeld. Mijns inziens zouden we hier minder moeten doen met de computer en meer met de handen, al geldt dit niet voor beide locaties. Het klinkt misschien gek, maar we hebben een groot bouwlokaal, een laslokaal; ik geloof dat de leerling en daar bezig moeten zijn. Een moederbord opbouwen, dat gebeurt wel, maar ik weet niet of deze kinderen daar in hun latere leven echt wat aan hebben.”

De school lijkt misschien een vreemde eend in de bijt, maar in het speciaal onderwijs wordt de filosofie van Baas veel gedeeld. Dat betekent overigens niet dat de school ICT zoveel mogelijk buiten de deur houdt. Integendeel. Zo is in vrijwel elk lokaal een groot en nieuw digitaal bord te vinden. En ICT blijkt voor de kinderen ook een belangrijk baken. Baas: “Laatst hebben het Office-pakket veertien dagen niet kunnen activeren. Ik had die ochtend toevallig twee karren met laptops klaargemaakt. Die laptops doen het dan wel, maar die kinderen kregen allemaal meldingen zodra ze Office opstartten. Dat roept vervolgens allemaal vragen en onrust op. Dan zie je hoe belangrijk het is dat de software goed werkt, zeker voor deze kinderen.”

Steeds meer apparatuur

Baas realiseert zich ondertussen ook dat deze kinderen steeds vaardiger moeten worden in het gebruik van de apparatuur. “Je ziet in de afgelopen jaren dat de hoeveelheid computers en andere apparatuur overal is toegenomen. Ik zeg wel eens: je krijgt tegenwoordig bij een pakje boter nog een computer.” En hoewel Baas zelf meer gelooft in een offline toekomst voor de kinderen, lopen de leerlingen op zijn school allemaal vrolijk rond met een telefoon. “Momenteel is ‘bring your own device’ echt een van onze grootste uitdagingen. Welke filmpjes mogen leerlingen bijvoorbeeld wel en niet bekijken en kunnen ze met hun mobieltjes op ons netwerk? Dat zijn belangrijke vragen.”

Naast dit punt gaat de aandacht voor een groot deel uit naar de overstap op Office 365. Baas: “Dat is echt een hele operatie. Wij hebben bijvoorbeeld moeite gehad om alle leerling-accounts te migreren. Mijn collega Tovik heeft daar toen een script voor geschreven, maar het is wel prettig als je daar bij geholpen wordt door een partij als APS IT-diensten. Wij hebben daar destijds geen gebruik van gemaakt.”

Volwassen ICT-beleid

Wat Baas betreft zouden ze in het onderwijs sowieso wat vaker hulp vanuit de hoek van bedrijven als APS IT-diensten willen ontvangen; zij weten veel meer over de huidige digitale leermiddelen. “In mijn beleving hebben locatiedirecteuren echt nog weinig kennis van ICT, maar dat is wel begrijpelijk, ieder zijn vak... Maar ondertussen gaat bij ons in principe alles wat er geregeld moet worden via de locatiedirecteur – of het nou gaat om een computer of om het netwerk. Op zich is dat een hele prettige werkwijze voor mijn team. Zo weten we of de vragen van docenten of leerlingen in lijn zijn met het locatiebeleid. Maar binnen de onderwijsgroep zijn er nog grote verschillen. Zo hebben we momenteel op een locatie nog een andere server staan met een apart netwerk. Dat maakt ons werk echt ingewikkeld.”

Baas zegt wel dat er bij zijn schoolbestuur veel steun is voor het ontwikkelen van zo’n volwassen ICT-beleid. “We spreken er hier met elkaar over en dat heeft ervoor gezorgd dat er nu ook een directeur naar voren geschoven zal worden die samen met ons gaat bekijken welke richting we opgaan. Zeker voor onze leerlingen is dat belangrijk. Als voor hen niet duidelijk is hoe het georganiseerd is, kunnen we deze kinderen niet aan het werk houden.”