alle artikelen

Tijs Grevink en Lars Timmermans: In drie jaar de hele ICT-infrastructuur op de schop

In een duobaan startten Tijs Grevink en Lars Timmermans zo’n drie jaar geleden samen als Bovenschools ICT-coördinator (BIC’er) voor de stichting SKBG. Tijs vooral vanuit onderwijskundig perspectief en Lars meer met een technische blik. En met succes. In drie jaar tijd ging de hele ICT-infrastructuur op de schop. Hoe kregen ze dit voor elkaar?

SKBG Onderwijs is de overkoepelende organisatie van zestien katholieke en oecumenische scholen voor primair onderwijs in Gelderland, regio Zutphen. Er werken zo’n 275 medewerkers die samen verantwoordelijk zijn voor ruim 2.800 leerlingen. Naast de twee BIC’ers heeft iedere school een eigen ICT-coördinator, vaak een docent met extra taakuren voor ICT.

Ook Lars en Tijs stonden eerst zelf fulltime voor de klas. Tijs was vanuit eigen interesse altijd al op zoek naar nieuwe ICT-tools, waardoor andere leraren vaak bij hem aanklopten. ICT-coördinator was dus een logische vervolgstap. Bij Lars stond een interesse in ICT al als wens in de vacature: “Maar dan als ‘iets wat ik er wel bij kon doen’. Ik vond echter dat ik er ook tijd voor moest krijgen om er serieus aandacht aan te geven. Mijn directeur was het daarmee eens. Beiden vonden we dat de stichting achterliep op ICT-gebied, dus samen zijn we daar tegenaan gaan schoppen. Al gauw kreeg ik een hele middag om hieraan te werken.”

Zowel Lars als Tijs groeiden door naar de bovenschoolse functie. Lars als technische man: hij richt zich op de infrastructuur en achterliggende processen en is meer Microsoft-georiënteerd. Tijs richt zich meer op het onderwijskundige deel, de Google-producten en op de trainingen voor leerkrachten. Allebei werken ze twee dagen per week als BIC’er. Tijs werkt nog twee dagen in de week als leraar en Lars een dag in de week als leraar en een dag als AVG-coördinator.

Frisse wind door de hardware

In de drie jaar dat ze er zitten, heeft de stichting een enorme omslag gemaakt. Lars: “Allereerst gooiden we alle leerkracht-pc’s eruit en zetten we er nieuwe pc’s voor in de plaats. Geen grote kasten meer, maar Micro Factor desktops: monitors waarin de pc is ingebouwd. Vervolgens vervingen we de oude digiborden door nieuwe, met touchscreens. De volgende stap was om alle fysieke servers eruit te gooien en over te stappen naar werken in de cloud via Microsoft Azure en InTune. Tot slot gingen we aan de slag met het regelen van Chromebooks voor de leerlingen. Alles gebaseerd op een volledig draadloze netwerkinfrastructuur, aangelegd door Heutink, waardoor iedere school goede wifi heeft.”

Toch zat er nog een stap voor deze aanschaf: het schrijven van een beleidsplan voor de stichting. Dat was er immers nog niet, terwijl er wel voldoende geld was gereserveerd voor ICT. Tijs: “Naast onze plannen voor de aanschaf van nieuwe hardware gaven we hierin ook onze ideeën weer voor de aanpak van trainingen. We gebruiken daarvoor het Tpack-model. Dit model gaat uit van het aanleren van digitale vaardigheden voor het onderwijs in drie stappen. Allereerst technische vaardigheden, daarna didactiek: je hebt de middelen; hoe ga je ze nu inzetten? En tot slot de inhoud: wat is nou relevant aan de technologie? Dit was vooral mijn aandeel in het plan.”

Opmerkelijk is dat de stichting koos voor een hybride omgeving van Microsoft-machines voor de collega’s en Google Chromebooks voor de leerlingen. “De reden daarvoor is uiterst simpel”, aldus Lars. “Met de specificaties die we zochten koop je drie Chromebooks tegenover één Microsoft-device. De leerlingen gebruiken ook allemaal de Google-applicaties, terwijl de leerkrachten al jaren met Office werken en dat blijven doen.”

De investeringen in ICT betaalden zich direct uit in coronatijd: al voor de persconferentie op zondag lagen de plannen klaar. De Google accounts voor de leerlingen waren er al; ze konden direct thuis inloggen op hun Chromebooks. Alles draaide binnen een week. De eerste twee weken traden de BIC’ers nog als vraagbaak op; daarna was dat niet meer nodig. Van collega-scholen kregen ze de vraag hoe ze dit zo snel voor elkaar hadden gekregen.

De beide mannen prijzen zich gelukkig dat er in de huidige periode waarin het virus opnieuw de kop opsteekt, nog nauwelijks thuisonderwijs nodig was. Binnen de stichting is er weinig uitval van leerkrachten. Lars: “Bovendien, wanneer er leerlingen ziek zijn, kunnen ze de les alsnog volgen via een livestream. In coronatijd hebben alle scholen webcams ontvangen voor dit doel.”

Nu de randvoorwaarden zijn opgesteld en de hardware aanwezig is, is het tijd voor de volgende stap: het beleidsplan van de stichting vertalen naar beleidsplannen per school. Iedere ICT-coördinator gaat daarmee aan de slag voor zijn school. Tijs: “In coronatijden zijn leraren handiger en zelfverzekerder geworden qua ICT-gebruik: wat ze ermee willen, kunnen ze. Als je echter gaat doorvragen, zou het nog wel beter kunnen. Vandaar ook de focus op professionalisering.”