alle artikelen

Werken met leerlingen in de cloud: jong geleerd is oud gedaan

Altijd en overal toegang tot je programma’s en bestanden, zodat je thuis en op iedere plek op school kunt werken en leren. Dat zien de vijf aanwezige BIC-leden als de voornaamste redenen om te werken in de cloud. De vijf zijn voorlopers met hun school als het gaat om cloudtechnologie. Zij vertellen hoe de combinatie leerling en cloud bij hen in de praktijk uitpakt.

Het eerste wat opvalt als de vijf aanwezigen hun cloud-omgeving omschrijven is dat de gemengde omgevingen veruit in de meerderheid zijn. Google en Microsoft worden naar hartenlust gecombineerd en naast elkaar gebruikt. Zo besloot Stichting INOS, waar BIC’er Hans Miegielsen werkt, na aanvankelijk te zijn begonnen op basis van Microsoft toch over te stappen op Google G Suite. “Zeker voor kleine kinderen zaten er toen in Microsoft nog te veel uitdagingen. Het was te complex om systemen goed en snel in te richten en ze ermee te laten werken.” Een eenvoudige digitale leeromgeving (DLO) zorgt ervoor dat de leerlingen en leerkrachten in dezelfde omgeving met dezelfde icoontjes kunnen inloggen. INOS werkt voor leerlingen alleen met Chromebooks (ongeveer 5.000 nu) in de Google-omgeving. De leerkrachten hebben voor het primair proces Google en voor secundaire zaken, zoals commissies de Microsoft-omgeving.

Voor Monique Reijnders, BIC’er bij Stichting Opmaat en de Jan Ligthartgroep, was de keuze voor Office 365 al gemaakt. De kinderen in de onderbouw maken daarbij gebruik van Apple iPads. De bovenbouw gebruikt Chromebooks en Windows-laptops. “Voor leerlingen werkt het combineren van verschillende devices heel intuïtief. Ze werken daarbij probleemloos in Office 365. Het maakt hen niet uit waarin ze opstarten; ze zien op ieder device steeds hetzelfde startscherm met bestanden en software.”

Ook bij stichting Primair Onderwijs Achterhoek (PRO8), waar BIC’er Martin Meinders werkt, worden vaak iPads ingezet voor de onderbouw. PRO8 heeft binnen de platformoplossing ZuluConnect voor de onderbouw gekozen voor de plaatjeslogin. Bovenbouwleerlingen en leerkrachten werken in SharePoint en slaan eigen bestanden op in OneDrive. De bovenbouwers gebruiken Chromebooks, Windows-laptops en -tablets en zelfs Androids, soms zelfs naast elkaar. “Het bijzondere is dat leerlingen, afhankelijk van de les, soms voor een ander device kiezen: voor de ene les is kan dat een iPad zijn, voor de andere bijvoorbeeld een Chromebook.”

Wilco Willemse van Jenaplanscholen de Peppels en de Canadas is een echte Microsoft-adept. Al in 2010 begon hij in de bovenbouw met het Microsoft-platform Live@edu. “Toen zag ik al de meerwaarde van kinderen in de cloud laten werken. We zijn later gemigreerd naar een Office 365-omgeving. Daarin kwam ik pareltjes tegen, waarvan de grootste Microsoft OneNote was (zie ook pagina 16). Wij werken volledig in de cloud en hebben alleen maar Windows-devices. Als je de computer opstart, werk je vanuit Teams. De enige uitdaging in een Microsoft-omgeving is de inlog voor het jonge kind. Microsoft heeft wel gezichtsherkenning, maar de vaste computers hebben geen camera’s en USB-sticks met vingerafdruk raken snel kwijt.”

Orion is een stichting voor speciaal onderwijs met negen scholen voor leerlingen met een verscheidenheid aan beperkingen. Stichting Orion koos na onderzoek voor Google omdat het laagdrempeliger is voor medewerkers en leerlingen en eenvoudiger en flexibeler is in beheer en inrichten. Daarmee ware ze in 2011 een van de allereerste. Marjolein Duchateau: “Onze digitale leeromgeving is heel uitgebreid: wij kunnen op maat lesmateriaal voor leerlingen inzetten, rekening houdend met hun beperking. We hebben een plaatjeslogin: die maakt het voor leerlingen met een verstandelijke en een fysieke beperking gemakkelijker om snel toegang te krijgen en bevordert de zelfstandigheid/ autonomie van de leerling. We gebruiken allerlei devices, vooral Chromebooks, maar ook Microsoft-laptops, Android- en Google-tablets. Én iPads, die voor deze doelgroep toegankelijker zijn. Bovendien heeft Apple een aantal apps voor deze doelgroep die niet in de Playstore te vinden zijn.”

Over naar de cloud? Even wennen!

Voor leerkrachten is de overstap naar de cloud soms even wennen. De grootste omslag is wel het afleren van ‘Opslaan als’. Duchateau: “Google slaat alles direct op. Als je je niet bewust bent op welke plek in de drive je staat en een document aanmaakt, is het lastig om het terug te vinden.” Reijnders ziet ook versiebeheer als een obstakel: “Collega’s pasten een bestand aan en merkten dan pas dat ze hun vorige versie hadden overschreven.” Willemse: “Men is gewend om vanuit een bepaald product te werken: je opent Word, begint met typen en bedenkt dan waar je het opslaat. In de cloud bedenk je eerst waar iets terecht moet komen en op die plek maak je een nieuw document aan.”

Een ander ‘gewenningsproces’ is het concept van het ‘delen’ van bestanden in plaats van toevoegen van een bijlage aan een mailbericht. Miegielsen: “Als je iets deelt met een groep, die geen toegang heeft tot dezelfde drive, werkt het niet. Een bestand moet bij voorkeur in de gezamenlijke map binnen de schoolomgeving staan, willen al je collega’s erbij kunnen. Je moet dus goede afspraken maken.”

Reijnders raadt een beleid voor documentbeheer in de cloudomgeving van harte aan, zowel voor medewerkers als leerlingen. En zelfs dan blijft het zaak om iedereen scherp te houden: “Docenten moeten zich realiseren dat data van waarde kan zijn voor anderen.” Een bestand dat je downloadt komt vaak automatisch lokaal in de Download-map te staan. Miegielsen: “Dan hoeft er maar één keer een laptop gestolen te worden waar bitlocker niet aanstaat en je hebt direct een datalek.”

Cloud een goede leerschool voor leerlingen

Waar er voor leerkrachten al het nodige is uit te leggen; hoe zit dat met leerlingen vanaf zes jaar? Hoe leg je die uit waar ze hun bestanden moeten opslaan en hoe ze dat veilig doen? Willemse: “Soms zijn leerlingen een document kwijt, maar juist daar begint het leren. Dat doen ze één keer verkeerd en dan weten ze het voortaan.” Gelukkig helpt de digitale leeromgeving hen door een knop te bieden naar de juiste plek in de cloud.

Dan is er nog de kwestie van de wachtwoorden, ook daar kunnen leerlingen nog wel eens gemakzuchtig mee omgaan. Zeker voor jongere kinderen is een single sign-on een keiharde voorwaarde. Miegielsen: “Wij hebben de wachtwoorden voor leerlingen bewust simpel gehouden. Bovendien heeft de leerkracht altijd een overzicht en kan hij ze opzoeken.” Willemse: “Bij ons logt iedereen overal in met het Microsoft 365-wachtwoord. Ze wennen eerst met een standaard wachtwoord, waarna ze overstappen op een eigen wachtwoord. Ook hier geldt: we voeden ze nu op voor wat ze dadelijk buiten de school tegen gaan komen.” Miegielsen beaamt dit: “Er is voor leerlingen én leerkrachten geen beter signaal dan een incident! Een datalek levert meer op aan opvoeding dan tien lessen in je boek. Helaas ook aan gedoe!”

Mediawijsheid van alle leeftijden

Een verschil tussen volwassenen en leerlingen blijkt ook hun aanpassingsvermogen. “Volwassenen moeten een inhaalslag maken: er komt iets voorbij en dat is nieuw. Leerlingen vinden alles vanzelfsprekend; zo zit de wereld in elkaar”, concludeert Meinders. “Wat niet betekent dat ze er direct goed mee om kunnen gaan: mediawijsheid zit niet standaard in de leerlingen,” vindt Duchateau. Reijnders: “Ze denken vaak dat ze heel handig zijn, maar in het praktisch gebruik gaat er regelmatig iets mis.” Toch valt ook daar bij leraren nog het nodige te verbeteren: “Zelf handig zijn op internet is nog wel wat anders dan lesgeven met een goede inzet van digitale middelen,” aldus Duchateau.

Dus is hulp af en toe noodzakelijk. In het basis- en speciaal onderwijs gebruiken de leerlingen de devices van school; pas op het vo krijgen ze een eigen device en dus meer verantwoordelijkheid. Miegielsen: “Wij zijn nu op een aantal scholen gestart met de aanschaf van Chromebooks voor leerlingen in groep 6, die ze meenemen naar groep 7 en 8. Daarna krijgt een leerling in groep 4 de verantwoordelijkheid voor het device. Bij andere scholen delen ze een Chromebook met meer leerlingen per apparaat.”

Overal en altijd online

Het voornaamste dat de cloud leerlingen heeft gebracht is volgens alle deelnemers overal kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren. Reijnders: “Ik vertelde een leerling dat hij thuis verder kon werken aan zijn spreekbeurt, omdat die op de OneDrive stond. Vol trots kwam hij de dag erna vertellen dat hij hem af had. Ook vinden leerlingen het vaak wonderlijk dat ze met zijn tweeën of drieën met elkaar in één document kunnen werken terwijl ze niet bij elkaar zitten.”

Toch kan dat thuiswerken ook een valkuil zijn: “Kinderen zitten al van half 9 tot half 4 op school; moeten ze dan ook nog thuis doorwerken?” vraagt Miegielsen zich hardop af. Reijnders: “Wij verplichten het de kinderen niet! Als ze op school zijn begonnen aan een boekverslag of spreekbeurt kunnen ze er thuis aan verder. Wel experimenteren sommige scholen nu met huiswerk dat via de cloud ingeleverd moet worden.”

Een voordeel van thuis werken in de cloudomgeving is dat dit een strenger beveiligde omgeving is dan de omgeving thuis. Miegielsen: “Leerlingen hebben een eigen map voor het inleveren van hun opdrachten, die na enkele jaren uit kan groeien tot een soort ‘portfoliomap’. Per leerjaar wordt de oude leraar ‘afgekoppeld’ en de nieuwe leraar aangekoppeld. Ook kunnen leraren door de cloud de contacttijd met de leerling effectiever gebruiken. Hij of zij zet bijvoorbeeld in Google Classroom een filmpje en opdrachtenblad klaar en vraagt leerlingen daar vooraf naar te kijken. Achteraf monitort hij wat er gedaan is en kan hij zijn les op maat inrichten.”

Voor scholen met leerlingen met een beperking blijkt de cloud nog andere voordelen te hebben. Duchateau: “Voor leerlingen met een verstandelijke beperking is het lastig als zij nog niet kunnen lezen en de leerling ernaast kan het wel. Via de cloud bieden we vakken op maat aan. Ze doen hun werk op hun eigen niveau en de onderlinge competitie is minder groot. Dat vergroot hun zelfvertrouwen. Bovendien kunnen leerlingen die vanwege hun beperking vaker thuis zitten, via de cloud ook blijven meedoen. Zo deden we recent het Samenlevingsspel, waarbij ook leerlingen die een les niet bij hadden kunnen wonen het project thuis konden oppakken en meedoen.” Willemse vult aan: “Ook de Microsoft Learning Tools zijn een welkome aanvulling, bijvoorbeeld om tekst voor te lezen. Die hebben ze dan direct ook thuis beschikbaar.” Miegielsen vult aan dat ook Google G Suite Education soortgelijke learning tools bevat.

Toekomst

Voor de toekomst staat een betere integratie van en uitwisselbaarheid tussen de platforms nog wel op het verlanglijstje. Chromebooks en Windows-devices hebben ieder hun voor- en nadelen. Het grote voordeel van de Chromebooks is dat je ze aanzet en ze doen het. Reijnders: “Dat was voor ons ook de reden om naar de Chromebook over te gaan. Voor hetzelfde geld heb je een beter apparaat, met minder onderhoud en het is makkelijker in te richten. En hij start binnen twee seconden op, dus de lestijd wordt optimaal benut.” Dat ontbreekt nog bij de Windows-devices, waar je zit met inlogtijd vanwege het opstarten van allerlei toepassingen en met updates. De goedkopere Windows-devices kennen bovendien veel vastlopers. Willemse: “Maar op de Chromebooks kan ik weer niets opslaan, waardoor ik ze niet kan gebruiken om te Minecraften in de klas.”

Andere wensen zijn een langere batterijduur en de aanwezigheid van een pen. Willemse: “Kinderen vinden het fijn om met een pen te schrijven op een tablet. Onderzoek heeft bewezen dat schrijvend onderwijs wat anders met je hersenen doet dan typend onderwijs.”

Toch zien de deelnemers de verbeteringen minder in de techniek, maar meer in het didactisch repertoire van de docent: “ICT moet daarop een toevoeging vormen, geen vervanging van.” De leerkracht bepaalt immers hoe effectief het resultaat is van de Digibord-software. Of omgekeerd: de leraar met een beperkter didactisch repertoire is vaak ook geen adaptor van de ICT-mogelijkheden. Willemse: “Als er iets misgaat met ICT, gaat de persoon met een groot didactisch repertoire gewoon door. Wie dat niet heeft, heeft ook in real life een vastloper.”